Iel, bruine tosti’s!

12-10-2018

Uitwisselingsbijeenkomst voor praktijkscholen die werken aan Gezonde School thema voeding.

“Leerlingen zijn flexibeler dan je denkt”, zei Marie L van het praktijkcollege A. Ze had het over de overstap van witte tosti’s naar volkoren tosti’s in de schoolkantine. Dertien schoolmedewerkers van vijf Amsterdamse praktijkscholen hingen aan haar lippen. De ‘voorbeelschool’ A. heeft afgelopen schooljaar het Gezonde Schoolvignet ‘voeding’ behaald en dat wilden de anderen ook!

 

Help, we krijgen subsidie

Hoe praktijkcollege A. het had aangepakt? Het begon met een groepje collega’s dat het aanbod in hun nieuwe schoolkantine graag wat gezonder zou zien. Een van de collega’s stuitte op het ondersteuningsaanbod van GGD-GHOR: 3000 euro om aan gezondheid te werken. De toekenning van deze subsidie zette alles in een stroomversnelling. Nu moesten ze ineens de ‘Schoolkantineschaal’ halen en het ‘Gezonde School vignet’. Al die termen en al die criteria, het leek allemaal heel veel. “Maar het viel hartstikke mee! We kwamen erachter dat we al heel veel deden, het was alleen nog niet zichtbaar”. Het dashboard van mijngezondeschool.nl invullen hielp om het behapbaar te maken, vertelt Marie. “Zo werden het kleine stapjes. En we hadden geweldige hulp van de voedingsbrigadier van het voedingscentrum en de Gezonde Schooladviseur van de GGD”. 

 

Iel, bruine tosti’s!

Hun bestaande voedingslessen voldeden aan de eisen, deze moesten ze uploaden en omschrijven voor de vignetaanvraag. De kantine was het meest ingewikkeld. Er brak een discussie los over wat nou gezond was en wat niet. De inspiratielijst van het voedingscentrum gaf uiteindelijk houvast. Van wit brood, gingen ze via half wit-half volkoren, over naar alles volkoren. De reactie “iel bruine tosti’s!” hield slechts enkele dagen stand. Nu willen de leerlingen niet anders. Ze hebben zelfs de kleine zakjes ketchup afgeschaft, want niemand vroeg ernaar. “Hoe zorg je ervoor dat de leerlingen naar de kantine in plaats van de supermarkt gaan?” vraagt de directeur van College Z. zich af. “De tosti’s kosten maar 50 cent en zijn daardoor aantrekkelijker dan broodjes uit de supermarkt. En ook kunnen ze heel goedkoop ovenchips (35 cent) of popcorn (50 cent) bij ons kopen. In kleine verpakkingen. De grote zakken chips zien we hier nooit meer.” 

 

Eens per week kunnen leerlingen een warme gezonde maaltijd in de kantine kopen. 150 gram groente per maaltijd - dat was nog wel een hele uitdaging. Want niet iedereen houdt van groenten.  Toch is het gelukt. De ouders weten dat er op woensdag een gezonde warme maaltijd is, en geven hun kind geld mee om die te kopen. “Je moet trouwens ook de ouders vertellen dat het goedkoop is, dan geven ze ook niet zo veel geld mee.” 

 

Ook collega’s eten en drinken gezonder. Frisdrank wordt nu stiekem gedronken. “Frisdrank drinken, is net als het roken, iets geworden dat docenten stiekem doen, zodat leerlingen het niet zien. Ik krijg soms zelfs verontschuldigingen van collega’s dat ze de avond ervoor hebben gezondigd met een snack, haha!” 

 

Proost!

Van de subsidie kocht praktijkcollege A. een watertap met gekoeld water. ‘Dat gaat een bende worden’, hadden docenten gewaarschuwd. “Maar het gaat hartstikke goed. Alle leerlingen hebben een plastic flesje gekregen dat ze zelf mochten decoreren. De flesjes worden veelvuldig gevuld bij het watertappunt. En is je flesje kwijt? Dan koop je voor 20 cent een nieuwe bij de kantine. Naast de watertap, hangt bij elk kraantje een door de leerlingen gemaakt bordje met ‘proost!’, om water drinken te stimuleren.”

 

Een radioprogramma is de manier om ouders te betrekken. Een docent die in zijn vrije tijd radioprogramma’s maakt, bouwde een studio in de school. Leerlingen maken dagelijks een radioshow met nieuws en muziek. De ouders vinden het geweldig om hun kind te horen. En zo vertellen ze ook over de Gezonde School. 

 

Nu hebben ze het vignet. Wat is het effect? “Gezond eten is normaal geworden. Op schoolreisjes gaat er water en fruit mee, in plaats van frisdrank en chips. En als de docenten verslappen (‘kom, we halen een keer friet’), tikken leerlingen hen op de vingers. Op steeds meer basisscholen is gezond eten en water drinken ook al heel gewoon. Dus waarom zou dat in het VO anders zijn?”

 

Op een rij

Na een gezonde wrap en een sapje is het tijd voor het tweede deel van het programma van de GGD. De medewerkers van de praktijkscholen die op weg zijn een gezonde school te worden, worden per ‘pijler’ uitgenodigd op een rij te gaan staan: van ‘in de kinderschoenen’ tot ‘alles op orde’.

 

Educatie: we doen al heel veel

De meeste scholen “doen al heel veel”. Nu moeten ze het nog vastleggen. “Hoe leg ik mijn praktijkkooklessen vast?” was een vraag van Praktijkcollege N. “Je kunt ze gewoon beschrijven in het dashboard”, antwoordt Marie van praktijkcollege A. “En door kritisch naar je lessen te kijken kom je soms nog iets tegen dat je mist”. 

“Onze leerlingenraad heeft drie lesmethoden uitgetest”, vertelt de directeur van College Z. “De leerlingen hebben een advies uitgebracht aan de directie. Do-it vonden ze ontzettend leuk, en ook de Smaaklessen, waarvan wij aanvankelijk dachten dat ze te kinderachtig zouden zijn. Weet wat je eet vonden ze saai en te theoretisch”. Dit laatste wordt beaamd. 

 

Omgeving: we moeten gewoon die scan weer invullen

Veel scholen hebben de kantine aardig op orde. Bij Praktijkschool T. en Praktijkcollege N. zijn de Kantineschalen verlopen. “Een kwestie van opnieuw aanvragen”.  “En maak gebruik van de voedingsbrigadiers!” vult Tamara Coppenhagen van het voedingscentrum aan, want de brigadiers hebben meer uren gekregen om scholen te begeleiden. “Je kunt hen gewoon op hun 06 bellen wanneer je een vaag hebt, super makkelijk”, aldus Marie.

 

College Z. stelt ontbijt aan de orde. “Onze leerlingen ontbijten nauwelijks. Wij overwegen ontbijt op school aan te bieden. Heeft iemand ervaring?” Ja, het V-college heeft sinds kort ‘s morgens een schaal broodjes op de balie bij de ingang. Een docent van de L-praktijkschool wist dat een andere praktijkschool in Doetinchem dit ook deed. “Maar”, zegt een LO-docent van het V-college, “ik vind niet dat je ontbijt op school normaal moet maken. Deze leerlingen worden ook volwassen, je wil toch dat ze thuis ontbijten normaal vinden.” Zij vindt gehoor. Als tussenweg wordt geopperd is om eens per week ontbijt aan te bieden. “Dan merken kinderen hoe lekker ze zich voelen als ze ‘s morgens hebben gegeten. En gaan ze het hopelijk ook vaker thuis doen”.

 

Signaleren: als je maar iets doet met het signaal

Praktijkschool T. is zeker van haar zaak: dit hebben we goed op orde. De mentoren hebben 3 keer per jaar een klassengesprek. Signalen worden doorgegeven aan de zorgcoordinator en besproken in het zorgteam. De schoolarts weegt kinderen en nodigt regelmatig ouders uit op gesprek. “Maar het is wel moeilijk. Je kunt overgewicht lang niet altijd oplossen”, vindt een docent van Praktijkcollege N. Andere schoolmedewerkers reageren: “Dat moet ook niet je doel zijn. Je bent geen arts. Als je maar signaleert wie er niet gezond is, en iets doet met dat signaal. Soms levert het iets op, soms niet.” Signalen van ondergewicht zijn ook belangrijk om door te geven, wordt gezegd. “Wij hadden iemand met een eetstoornis en dat is heel lang onopgemerkt gebleven.” 

 

Naast het meten van gewicht, moeten scholen het voedingsgedrag van leerlingen in kaart brengen. Hoe doen ze dat? “Het zit in veel lesmethoden: dan moeten ze een eetdagboekje invullen en vergelijken met de richtlijnen van het voedingscentrum.” Dat hebben scholen liever dan een aparte vragenlijst, “wat de leerlingen zijn vragenlijstmoe”.

 

Beleid.

Dit is een lastige. Veel scholen hebben het voedingsbeleid nog niet op orde. Het kost vooral veel tijd, en de uren worden lang niet altijd vrij gemaakt. Daarnaast is het lastig om alle docenten erbij te betrekken, en om het beleid levend te houden. “Wij moeten gaan lobbyen bij onze besturen”, wordt gezegd, “zodat gezonde voeding echt op de agenda staat en er ook taakuren voor zijn!” We moeten aan de slag!

 

Ze zijn flexibeler dan je denkt, die docenten!

—- —-

 

De adviseurs Gezondheid en Leefstijl van de GGD Amsterdam organiseerden deze bijeenkomst omdat veel praktijkscholen tegen dezelfde dingen aan liepen. Ze waren allemaal met hetzelfde bezig: waarom niet van elkaar leren? “Erg nuttig”, vonden de deelnemers het. “En inspirerend.”