Het is wenselijk om periodiek onderzoek te doen naar beweeggedrag en de ontwikkeling van motorische vaardigheden van leerlingen. Als problemen op tijd worden gesignaleerd, kan er een passend aanbod worden geboden. Hiermee worden inactieve leerlingen extra gestimuleerd om te gaan bewegen en kunnen motorische vaardigheden verder worden ontwikkeld.

 

Het signaleren van ongezond gewicht gebeurt door de Jeugdgezondheidszorg. Waar nodig begeleiden zij leerlingen naar een gezonder gewicht. Maar uw school kan ook zeker een bijdrage leveren aan deze signalering.

Op deze pagina

Wat kan de school doen?

Wat kan de school doen?

Vroegsignaleren

Breng jaarlijks het beweeg- en sportgedrag van leerlingen in kaart zodat uw school hier een goed beeld van heeft. Dat kan met de vragenlijst van Jij en je gezondheid van de Jeugdgezondheidszorg die leerlingen in klas 2 en klas 4 invullen. In deze vragenlijst staan onder andere vragen over vervoer naar school, sportdeelname en beeldschermtijd. Wanneer uw school hieraan deelneemt, ontvangt uw school elk leerjaar een schoolgezondheidsprofiel op basis van de antwoorden op de vragenlijst. De Jeugdgezondheidszorg meet ook lengte en gewicht bij de leerlingen. Leerlingen met een ongezond gewicht worden door de jeugdverpleegkundige of jeugdarts opgeroepen. Zo nodig krijgen ze hiervoor passende begeleiding.

 

Zorgprotocol opstellen

Het is belangrijk om het onderwerp sport en bewegen op te nemen in uw zorgprotocol voor (inactieve) leerlingen met vragen of problemen op dit gebied. In het zorgprotocol staan afspraken over wat te doen wanneer een schoolmedewerker zich zorgen maakt over het beweeggedrag van een leerling, wie welke rol heeft en welke hulp geboden wordt.

 

Extra ondersteuning

De docent lichamelijke opvoeding heeft ook een belangrijke rol bij het signaleren van inactieve leerlingen en leerlingen met een verstoorde motorische ontwikkeling. Het is goed om deze leerlingen extra aandacht te geven en zo nodig een passend aanbod te bieden of door te verwijzen. Het is daarvoor belangrijk om nauw samen te werken met ketenpartners die ondersteuning bieden voor leerlingen met ongezond beweeg- en sportgedrag. Dit zijn bijvoorbeeld de Jeugdgezondheidszorg en buitenschoolse beweegaanbieders.

 

Uw school of ketenpartner kan inactieve leerlingen (en hun ouders) benaderen voor deelname aan een passend buitenschools sport- en beweegaanbod. Na deelname aan het buitenschoolse sportaanbod worden deze leerlingen gestimuleerd om door te stromen naar beweeg- en sportaanbieders in de buurt. Het is hierbij belangrijk voor uw school om een vinger aan de pols te houden wanneer deze leerlingen starten met het sport- en beweegaanbod. Uw school informeert ouders en leerlingen over minimaregelingen voor sportcontributie en sportmaterieel en helpt indien nodig bij de aanvraag.

 

Aanspreekpunt voor vragen en problemen

Zorg ervoor dat het voor leerlingen en hun ouders duidelijk is bij wie ze terecht kunnen bij vragen of hulp rondom beweeg- en sportgedrag. Dit kan bijvoorbeeld een docent lichamelijke opvoeding, mentor of zorgcoördinator zijn. Leerlingen kunnen hiervan op de hoogte worden gesteld in de mentorles en tijdens de les lichamelijke opvoeding.

 

Deskundigheid ontwikkelen

Wanneer sport en bewegen een belangrijk thema is op uw school, is het aan te bevelen om de schoolmedewerkers hierover een training aan te bieden. In deze training staat signaleren en bespreekbaar maken van ongezond beweeg- en sportgedrag van leerlingen centraal. Schoolmedewerkers kennen en herkennen ongezond beweeg- en sportgedrag en weten wat hun rol is bij het bespreekbaar maken van ongezond beweeg- en sportgedrag. Dit gaat in ieder geval om de docenten lichamelijke opvoeding.

 

U kunt bijvoorbeeld gebruik maken van Alle Leerlingen Actief! Hierbij worden docenten getraind om met behulp van motivational interviewing met inactieve leerlingen in gesprek te gaan. Het doel is om deze leerlingen te activeren.