Op deze pagina

Meer informatie

Meer informatie

Wat is sociaal emotioneel welbevinden?

Een positieve geestelijke gezondheid, bepaald door optimisme, zelfvertrouwen, geluk, vitaliteit, gevoel van betekenis hebben, eigenwaarde, ervaren van ondersteuning uit de omgeving en het goed weten om te gaan met de eigen emoties.

 

Waarom aandacht voor welbevinden op school?

Een goed welbevinden op school zorgt voor betere studieresultaten. Zo is er minder sprake van uitval, meer rust in de klas en een hoger studietempo. De school kan het welbevinden van leerlingen bevorderen door met jongeren aan sociale competenties te werken. De puberteit is een belangrijke periode voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren tot evenwichtige volwassenen. Vrienden worden belangrijker en sociale vaardigheden, weerbaarheid en het zelfbeeld ontwikkelen zich sterk in deze fase. Sociaal-emotionele ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling kunnen niet los van elkaar worden gezien, maar bepalen elkaars kwaliteit.

 

Wat is een positief en sociaal veilig schoolklimaat?

In een positief schoolklimaat voelen leerlingen zich thuis en betrokken, gaat men met respect met elkaar om en kunnen leerlingen zich sociaal, weerbaar maar ook kwetsbaar opstellen, voelen zij zich gezien en geaccepteerd en hebben zij het gevoel erbij te horen. In een positief en veilig schoolklimaat zijn duidelijke gedragsregels geformuleerd, gaan leerlingen goed met elkaar om en wordt actief gereageerd op sociaal onveilige situaties en ongewenst gedrag zoals pesten.

 

Moet iedere school een erkend educatieprogramma uitvoeren om aan de sociaal-emotionele ontwikkeling te werken van jongeren?

Nee, dat hoeft niet. U kunt als school ook een eigen leerlijn opzetten waarbij rekening wordt gehouden met de kerndoelen en het waarderingskader van de inspectie. In de praktijk komen schoolteams vaak niet toe aan curriculumontwikkeling op welbevinden. Daarom kan het voor een school aantrekkelijk zijn te werken met een speciaal ontwikkeld programma.

 

Wat als de sociaal-emotionele ontwikkeling stagneert?

Als de sociaal-emotionele ontwikkeling stagneert kunnen jongeren sociaal-emotionele problemen krijgen. Er zijn drie soorten sociaal-emotionele problemen:

  • Emotionele problemen: angst, teruggetrokkenheid, depressieve gevoelens, psychosomatische klachten.
  • Gedragsproblemen: agressief gedrag, onrustig gedrag, delinquent gedrag.
  • Sociale problemen: problemen met contacten met anderen.

 

Welke kinderen zijn extra kwetsbaar voor sociaal-emotionele problemen?

Ongeveer 15% van leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft last van emotionele en gedragsproblemen, waarbij sommige groepen extra kwetsbaar zijn. Denk aan kinderen die regelmatig gepest worden, kinderen van gescheiden ouders, kinderen van ouders in (v)echtscheiding, kinderen die een vorm van mishandeling meemaken en kinderen die in armoede opgroeien.

 

Wat is pesten?

Pesten is een vorm van sociale uitsluiting en gebeurt vrijwel altijd in de context van een groep. Je kunt daarom zeggen dat pesten groepsgedrag is, waarbij op verschillende omstandigheden en individuele kenmerken wordt gereageerd. Het grote verschil met plagen is dat bij plagen sprake is van goedmoedigheid en wederkerigheid. Het draagt op die manier bij aan een goede sfeer in de groep en er is geen sprake van slachtoffers. Bij pesten is er géén wederkerigheid of een te grote ongelijkheid daarin. Er is geen sprake van goedmoedigheid, de gepeste wordt gekwetst en buitengesloten. Daarbij is vaak, doordat er sprake is van meerdere personen tegen één, sprake van machtsongelijkheid. Het individu kan niet tegen de groep op.

 

Hoe kan pesten ontstaan?

Er zijn diverse manieren waardoor pesten kan ontstaan. Het gaat in veel gevallen om een groep (leerlingen) die niet goed begeleid wordt. De grenzen en gedragsregels zijn niet duidelijk, men voelt zich niet veilig, niet gehoord of gezien. Gewone irritaties kunnen uitgroeien tot conflicten, kleinere subgroepjes kunnen samenspannen en hun macht vergroten middels het pesten van één bepaalde leerling.

 

Welke vormen van pesten zijn er?

Er zijn drie vormen van pesten:

  • Direct pesten zoals schoppen, slaan, uitschelden en bedreigen.
  • Indirect pesten, zoals roddelen, buitensluiten, iemand negeren of stiekem spullen kapot maken.
  • Digitaal en mobiel pesten, bijvoorbeeld pesten via WhatsApp of internet.

Wat voor invloed heeft pesten op kinderen en de school?

Pesten heeft een groot effect. De gepeste voelt zich vaak eenzaam en verdrietig en is onzeker en bang. Pesten kan leiden tot ernstige sociaal-emotionele problemen, eetproblemen, overgewicht, sterk verminderde schoolprestaties en soms zelfs tot zelfmoordgedachten en/of –pogingen. Pesten is daarbij schadelijk voor alle betrokkenen. Voor de gehele klas heeft pesten een negatieve invloed op de leerprestaties. Voor de school leidt pesten tot een slechtere sfeer en minder saamhorigheidsgevoel.

Pesten als groepsprobleem
Sinds een aantal jaren wordt pesten niet meer gezien als enkel een probleem van de pester en de gepeste, maar als een groepsprobleem. In iedere groep waarin gepest wordt, zijn verschillende rollen te onderscheiden. De rollen die kinderen innemen kunnen ervoor zorgen dat pesten ontstaat, in stand wordt gehouden, verergert, vermindert of stopt. Besteed daarom in de lessen tegen pesten aandacht aan de verschillende rollen. Lees hier meer over de verschillende rollen bij pesten.


Waar kan de school mee beginnen?

Begin bij de basis. Sociaal-emotionele problemen zoals gedragsproblemen en pestgedrag zorgen binnen een school voor veel overlast en een vervelende werksfeer. Vaak is er veel aandacht voor het bestrijden van de overlast en minder op het voorkomen daarvan. Om sociaal-emotionele problematiek te voorkomen en aan te pakken is het verstandig te investeren in een preventieve aanpak. In de preventiepiramide hieronder zijn meerdere niveaus van preventie te onderscheiden waarbij de meeste aandacht uit zou moeten gaan naar de groene basis.



 

Basisondersteuning

Primaire preventie bestaat uit een algemene, universele aanpak die bestemd is voor alle leerlingen uit een groep of school. Denk bijvoorbeeld aan effectief georganiseerd klassenmanagement, een regelsysteem voor een rustig werkklimaat en het gebruik van een programma voor sociale en emotionele competenties zoals Kanjertraining of Sta sterk op school.

 

Extra ondersteuning

Voor sommige leerlingen is een aanpak op schoolniveau niet genoeg. Het gaat om leerlingen die meer dan anderen het risico lopen om problemen te ontwikkelen. Deze leerlingen hebben een meer gerichte en intensieve aanpak nodig. De school kan extra hulp bieden aan leerlingen met eenzelfde of vergelijkbare beginnende problematiek. Denk aan faalangstreductietraining, competentietraining of het programma Vrienden.

 

Intensieve aanpak

Enkele leerlingen hebben langdurige of ernstige problemen. Zij zijn gebaat bij meer onderzoek, een goed handelingsplan en goede hulp, bijvoorbeeld door een verwijzing via de jeugdgezondheidszorg.